Nog drie weken en dan begint het nieuwe studiejaar. Ondanks alle veranderingen en aanpassingen als gevolg van het Coronavirus, zijn er ook dit jaar weer duizenden studenten die uitkijken naar jaren die ze hun leven lang niet zullen vergeten; hun studententijd. En hoe kan je je studententijd nu beter inluiden dan met een goede introductieweek, toch? Vijf dagen lang feesten, elke avond bezopen terug komen op de camping met de helft van al je bezittingen die je aan het begin van de avond bij je had en de volgende ochtend aftrappen met een bootcamp. Wat wil je nog meer?

Helaas echt alles behalve dat, volgens sommige studenten. Want al hoewel zo’n party-introductieweek door velen zeer wordt gewaardeerd, zijn er ook veel mensen die het in zo’n week maar slecht naar hun zin hebben.
Jammer genoeg wordt er vaak geen rekening gehouden met studenten die andere interesses hebben en ook niet zo veel zin hebben om de kots van hun medestudenten achter hun kont op te ruimen. Maar hoe komt het dan toch dat alle introductieweken nog steeds zo veel op elkaar lijken, en dat er geen ruimte geboden wordt aan studenten die een andere invulling willen geven aan zo’n week?

Persoonlijk vond ik mijn introductieweek een hel. Ik zal er geen doekjes om winden. Al hoewel ik er niet aan twijfel dat mijn onderwijsinstelling zijn uiterste best heeft gedaan om een toffe introweek neer te zetten, was het simpelweg niet voor mij weggelegd. “Maar, dan ga je toch niet,” hoor ik je denken. Maar dit is wel meteen waar het probleem schuilt, vind ik.
En in dit artikel zal ik vertellen waarom.

Vanuit mijn visie als trendonderzoeker in opleiding weet ik waar deze introductieweken vandaan komen. In deze vorm in ieder geval. Het hoort namelijk ‘gewoon’ bij de jongerencultuur. Als je gaat studeren gaat er een soort nieuwe wereld voor je open. Voor veel jongeren is het de uitgelezen kans om op kamers te gaan en te feesten tot ze erbij neer vallen. Een introductieweek vanuit hogescholen en universiteiten is bedoeld om nieuwe mensen en je studentenstad te leren kennen. En dit gaat dus automatisch gepaard met veel feesten en uitgaan. Omdat dat iets is wat van de typische student wordt verwacht. Dat is dus waar het ‘probleem’ schuilt. De verwachting dat je de doorsnee student bent.

Iedereen wordt in elke fase van zijn of haar leven blootgesteld aan verwachtingen van anderen. Als je op de basisschool zit wordt er van je verwacht dat je, wanneer je zo’n 6 jaar bent, gewoon overgaat naar groep 3. Niks doorkleuteren, dat is er niet meer bij. Veel ouders willen dat hun kind ook over gaat naar groep 3, ook al is dit tegen het advies van de leerkracht in. Ze hebben bepaalde verwachtingen van hun kind en denken dat hun kind hier aan voldoet, terwijl dit in werkelijkheid helemaal niet zo is. Al hoewel het misschien beter is voor het kind om nog even een jaartje lekker te kleuteren, denken zij hier heel anders over.
Dan kom je op de middelbare school, hier heerst al helemaal een verwachtingscultuur. Je hebt totaal geen idee wie je bent, je laat je meeslepen door foute vrienden en je bent als een gek aan het puberen. En terwijl je het daar zo druk mee hebt wordt je ook nog eens van alle kanten verweten dat je het niet goed genoeg doet op school. Alsof je nog niet genoeg aan je hoofd hebt!
En dan ga je studeren, en denk je dat je het allemaal hebt gehad, en dan kom je terecht in de cultuur van studentenverenigingen, pub-quizzen, borrel-avonden en ontgroeningen.

Natuurlijk kan het zijn dat je als persoon (bijna) volledig in een of meerdere van de bovenstaande plaatjes valt. Wat ik probeer te zeggen is dat er altijd wordt gedaan alsof er iets mis met je is als dit niet het geval is. En er wordt ook altijd vanuit gegaan dat 90% van de mensen de norm aanhoudt. In werkelijkheid is dit allesbehalve het geval.
Toch blijven veel mensen vasthouden aan deze norm. Terwijl het ook zo anders kan. En ook nog eens makkelijk.

In het geval van introductieweken denk ik dat dit zeker anders kan. Hoe ik het heb ervaren zal bijvoorbeeld nooit de bedoeling moeten zijn geweest.
Als iedereen ‘s avonds uitging bleef ik liever op de camping een boek lezen (ik had ook graag spelletjes gedaan of goede diepgaande gesprekken gehouden met medestudenten, als hier de mogelijkheid voor was geweest). Maar ik moest mee. Dus ik ging mee. En ik zal een gesprek dat ik had met een van mijn intro-begeleiders nooit vergeten. Tijdens het fietsen naar de club vertelde ik haar dat ik eigenlijk nooit uitging. In die tijd was ik nog zo onzeker en zo bang om geen vrienden te maken daar, dat ik zei dat het kwam door mijn vrienden die niet van uitgaan hielden. De intro-begeleider keek me stomverbaasd aan en vroeg me (dit is geen grap) “Huh, niet uitgaan? Maar wat doe je dan in je vrije tijd?”. Vervolgens was het mijn beurt om haar stomverbaasd aan te kijken. Ik voelde me dom en niet geaccepteerd. Alsof ik gek en raar was omdat ik niet van uitgaan hield.
Afijn, ik moest dus mee. Ik vond er geen bal aan. Toen we eindelijk weg mochten stond ik als eerste buiten. Eenmaal daar bleek dat we nog moesten wachten op een aantal meiden die kwijt (en dronken) waren. Toen we aankwamen op de camping was alles wat ik wilde doen douchen. De douche was koud. De volgende ochtend werd ik wakker in mijn tentje, verkouden omdat het een vochtige nacht was geweest. Ik had het zo gehad. Ik had anderhalve dag en nacht geprobeerd de schijn op te houden dat ik het leuk vond, maar toen was het genoeg geweest. Ik belde mijn moeder op of ze me wilde komen halen en ik heb de hele weg naar huis gehuild. Ik voelde me stom dat ik moest huilen, maar belangrijker en erger nog: ik vertelde mijn moeder dat ik nooit meer wilde studeren. Als het hele studentenleven er zo uitzag als deze anderhalve dag, dan werkte ik nog liever mijn hele leven bij de Albert Heijn, zei ik tegen haar.

Huh, niet uitgaan? Maar wat doe je dan in je vrije tijd?

Toegegeven: ik ben een beetje een dramaqueen, en ik zat nogal erg diep in mijn emoties, dus het was een beetje overdreven. Maar het is een feit dat de introductieweek geen safe space voor mij was. Ik kon mezelf niet zijn en ik kon mijn eigen gang niet gaan. Omdat er al een beeld van mij was geschetst voordat ik daar überhaupt kwam. Als ik de keuze had kunnen maken om die avond op de camping te blijven, had ik een andere week gehad.
Als ik de keuze had kunnen maken om niet mee te doen aan het spel waarbij je al je bedpartners op moest noemen, had ik een andere week gehad. Als ik mezelf had mogen zijn, had ik een andere week gehad.

En ik snap best dat het voor veel (potentiële) studenten ontzettend leuk is om een week te feesten in hun toekomstige studentenstad. Maar niet voor iedereen. En ik ga ervan uit dat hogescholen en universiteiten de introweek organiseren met het idee dat alle! studenten kennis maken met anderen, de stad en de school, en dat ze willen dat iedereen zich op zijn gemak voelt.
Dus daarom dit pleidooi. Het kan ook anders. Ik heb (nog) geen concreet stappenplan over hoe de perfecte inclusieve en diverse introweek eruit zou moeten zien, maar zeker anders dan nu. Het enige wat ik hoop is dat onderwijsinstellingen zich bewust worden dat ze studenten hiermee in behoorlijk kleine hokjes plaatsen, wat beslist niet de bedoeling moet zijn.
En dat over een tijdje hopelijk veel meer mensen echt van hun introductieweek kunnen genieten. Laat iedereen lekker zichzelf zijn! Daar wordt de wereld een stuk mooier van. En jullie introweken ook…

2 thoughts on “Maak introductieweken inclusiever; een pleidooi voor hogescholen en universiteiten

  1. Hartstikke goed stuk en zeer herkenbaar. Ik was precies ZO! En er zijn er nog velen. Juist goed dat jij dit bespreekbaar maakt en mensen, juist nu, laat nadenken.

  2. Geweldig mooi geschreven Rona!! Echt een eye-opener, en wat fijn om te lezen hoe mooi jij over dit soort onderwerpen kan schrijven. Ik ga hem voor je delen op Facebook. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Close

Over mij

Als trendonderzoeker en conceptontwikkelaar in opleiding doe ik onderzoek naar trends in de maatschappij om deze vervolgens mee te nemen in een concept die de kwaliteit van leven verbetert.

Ik vind het belangrijk dat iedereen eerlijke kansen krijgt in het leven. Daarom zet ik me in voor de rechten van anderen en probeer ik mijn creativiteit in te zetten om dit te bereiken. We zijn al goed op weg met het diversiteitsbeleid, maar dit kan nog altijd veel beter. Vrouwen verdienen nog altijd gemiddeld 8% minder dan mannen (en dit is alleen nog maar in Nederland!), werkgevers weigeren vrouwen of mannen van kleur op de werkvloer en sommige homo’s, lesbiennes en transgenders moeten nog steeds (soms letterlijk) vechten voor acceptatie.

Hier kan zeker nog veel veranderen. Ik geloof er in dat we, door zoveel mogelijk verschillende mensen van verschillende bevolkingsgroepen en culturen samen te laten werken, een stukje dichter bij een mooiere wereld kunnen komen.