Afgelopen week had ik een mooi gesprek met iemand op Facebook. Een gesprek dat me motiveerde om dit artikel te schrijven.

We zijn het allemaal wel eens. Vaak, of af en toe. Als iemand ons iets aandoet, als iemand ons verdriet of pijn doet. Ik ben het ook wel eens. Om onrecht vooral. Als mensen niet gelijk behandeld worden. Dan ben ik boos.
En boosheid is iets waar we als mens mee leren omgaan vanaf dat we klein zijn. We leren dat we niet mogen schoppen en slaan. Dat we niet mogen vloeken en schelden. Dat we onszelf moeten beheersen. Omdat uit de hand gelopen boosheid ons vaak ellende oplevert. We krijgen ruzie, we worden ontslagen of we moeten die nacht op de bank slapen. Daarom houden we ons in tegen die vriendin, terwijl we haar graag zouden willen vertellen waar het op staat, zeggen we sorry tegen onze baas, terwijl we hem eigenlijk een ongelofelijke eikel vinden, en maken we het goed met onze partner, omdat, nou ja, we gewoon graag in een goed bed slapen!

Op social media wordt boosheid anders geuit. Door de ontwikkelingen op het gebied van digitalisering hoeven we niet meer bij elkaar te zijn om een discussie te voeren of ruzie te maken. Sterker nog, het gaat zelfs makkelijker. Op social media hoef je elkaar niet aan te kijken en hoef je ook niet bang te zijn dat iemand geweld tegen je zal gebruiken als je te ver gaat. Het ergste wat je naar je hoofd kan krijgen zijn scheldwoorden en boze emoji’s. En op het internet kan je je ook nog eens verschuilen achter een fake profiel.
Een gesprek dat ik laatst met mijn vader had zette me aan het denken. Hij vertelde dat ik toen ik jonger was eens ruzie had met een vriendin. Hij zei toen tegen mij dat ik haar moest bellen en het uit moest praten. Waarop ik reageerde dat ik dat belachelijk vond “want WIJ bellen niet. WIJ appen”
(ja lezer, je bent oud).
Dit liet me beseffen dat we min of meer het echte contact met elkaar zijn verloren. Want wat betekenen deze woorden nog als we ze alleen zeggen omdat er een scherm tussen zit?

Dit brengt me terug naar mijn gesprek met de desbetreffende persoon op Facebook. Over racisme hadden we het. Iets waar ik uiteraard vaak met mensen over in discussie ga. En ze was heel boos. Zo boos, dat de hoofdletters pijn aan mijn ogen deden en ik me afvroeg waarom ze toch zo gekwetst was door dit onderwerp. Ik was min of meer geschokt door de opmerkingen van deze persoon, vond ze erg racistisch en ja, ik was ook wel boos. Boos om het feit dat ik niet werd begrepen.
Maar ik bleef rustig, en ging het gesprek aan. Legde mijn standpunten uit en onderbouwde ze met feiten. Op een ‘rustige toon’, als je dat kunt opmaken uit een bericht. Ik typte zoals ik ook zou spreken.
Na een aantal heen en weer gereageerd te hebben schreef zij iets waar ik erg door was ontroerd. Dat ik een erg mooi persoon was, dat kon ze zien. En dat ze zelf ook veel meemaakte. Dat ze zou willen dat ieder persoon gelijk was, maar dat dit nou eenmaal niet kon. En dat ze niet wist hoe dat dan wel moest. En ik dacht: we kijken er hetzelfde naar. Ik slechts op een andere manier dan zij. Maar in een ideale wereld waren zwarte en witte mensen voor haar ook gelijk, zouden homo’s niet worden geslagen en geschopt als ze hand in hand op straat lopen en zouden mannen en vrouwen evenveel verdienen. The same goal, yet we come from such different places.

Wat ik hiermee wil zeggen is: ja, we moeten ons verzetten tegen racisme, homohaat, ongelijkheid, exclusiviteit, toxic masculinity, geweld.
Maar afkeur en correctie hoeft niet altijd aanvallend te zijn. Als we onze doelen willen bereiken en mensen dingen willen leren, willen aanspreken op hun gedrag, dan moeten we soms onze boosheid opzij zetten en leren luisteren naar anderen. Ook naar racisten en homofoben en transfoben en anti-feministen. We moeten ons leren verplaatsen in hen en leren waar zij vandaan komen. We moeten leren op welk niveau, met welke woorden en vanuit welk opzicht we een gesprek met hen kunnen voeren. En we moeten leren begrijpen dat we iemand niet in een dag kunnen overhalen om campagne te voeren tegen onrecht. Leren kost tijd.

Ik vind het in ieder geval super zonde dat we sommige mensen direct afschrijven. Dat we sommige mensen te racistisch, te anti-feministisch of te homofoob noemen om een gesprek mee aan te gaan. Want zo vergeten we dat iedereen kan leren. Dat iedereen kan veranderen. Dat de mens gemaakt is om zich aan te passen. Hoe langzaam of moeizaam dit misschien ook gaat. En zodra we boos worden, reageren uit onbegrip of erger nog, weigeren het gesprek aan te gaan, verspillen we onze kans om het verschil te maken.

Dus, ben je boos? pluk dan een roos. En geef haar aan de ander. In de hoop dat diegene haar aan wil nemen. En wanneer dat gebeurt, besef dan dat je verschil hebt gemaakt. Ook al is het maar een klein beetje. Meer dan wanneer je uit je dak was gegaan. Dus pluk die roos nou maar. Daar wordt de wereld mooier van.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Close

Over mij

Als trendonderzoeker en conceptontwikkelaar in opleiding doe ik onderzoek naar trends in de maatschappij om deze vervolgens mee te nemen in een concept die de kwaliteit van leven verbetert.

Ik vind het belangrijk dat iedereen eerlijke kansen krijgt in het leven. Daarom zet ik me in voor de rechten van anderen en probeer ik mijn creativiteit in te zetten om dit te bereiken. We zijn al goed op weg met het diversiteitsbeleid, maar dit kan nog altijd veel beter. Vrouwen verdienen nog altijd gemiddeld 8% minder dan mannen (en dit is alleen nog maar in Nederland!), werkgevers weigeren vrouwen of mannen van kleur op de werkvloer en sommige homo’s, lesbiennes en transgenders moeten nog steeds (soms letterlijk) vechten voor acceptatie.

Hier kan zeker nog veel veranderen. Ik geloof er in dat we, door zoveel mogelijk verschillende mensen van verschillende bevolkingsgroepen en culturen samen te laten werken, een stukje dichter bij een mooiere wereld kunnen komen.